Omschrijving
In de nieuwe Visie Rijke Groenblauwe Leefomgeving (RGBL) staat beschreven op welke manier de provincie bij voorkeur de groenopgave realiseert: zoveel mogelijk met en door gebiedspartijen. Naast de Visie RGBL is een Uitvoeringsagenda opgesteld en uitgewerkt. In de Uitvoeringsagenda die eind 2018 aan GS is gestuurd is een hoofdstuk opgenomen: intensivering van de groenblauwe opgave voor 2019. Daarnaast is een doorkijk opgenomen voor de opgave in de jaren daarna. Met het oog op de Statenverkiezingen maart 2019 is het de verwachting dat Provinciale Staten in februari de intensivering 2019 vaststelt en dat een besluit over een meerjaren- uitvoeringsprogramma door een volgend College wordt genomen. De Uitvoeringsagenda richt zich op een viertal opgaven:
- Verduurzamen van de landbouw
- Transitie naar een groen en waterrijk stedelijk landschap en infrastructuur
- Aantrekkelijk en gezond verbinden in een waterrijk Zuid-Holland
- Natuurrijk Zuid-Holland
Vanaf vaststelling van de nieuwe Visie met Uitvoeringsagenda is het de bedoeling dat vanuit een integraal perspectief gewerkt gaat worden aan genoemde opgaven. Deze Voortgangsrapportage richt zich voornamelijk op de lopende, huidige programma’s: recreatie en groenbeleving, natuur en biodiversiteit en duurzame landbouw. Het is de verwachting dat de volgende voortgangsrapportage een integraler karakter heeft.
Voor natuur ligt een belangrijk deel van de restantopgave aan nieuwe natuur in een tweetal deelgebieden, te weten Gouwe Wiericke en de Krimpenerwaard. GS hebben in deze deelgebieden gebiedsovereenkomsten afgesloten, op basis waarvan de gebiedspartijen de opgave realiseren. Dit gebeurt zoveel mogelijk in samenhang met andere opgaven zoals water, landbouw, recreatie en bodemdaling.
In 2018 is de uitvoeringsstrategie NNN met het Kaderbesluit Groen aangepast, belangrijkste verschil is dat vanaf 2019 ook de ‘strategische reservering natuur’ in uitvoering zal worden genomen en onderdeel uitmaakt van de gehele NNN-opgave. De beoogde einddatum voor de uitvoeringsperiode voor deze NNN-opgave met ecologische verbindingen is bepaald op 2027. Dit is exclusief de ecologische verbindingen met prioriteit 3, waarvan het budget voorlopig onderdeel vormt van de risicoreservering, mede vanwege de mogelijke ontwikkelingen in de Leenheerenpolder en de Oranjebonnen.
Volgens de provinciale kaders en financiering zijn de Stuurgroep Krimpenerwaard en de Stuurgroep Gouwe Wiericke verantwoordelijk voor de realisatie van de doelen. De stuurgroepen hebben daarbij een grote mate van handelingsvrijheid: het HOE is aan de partijen in de stuurgroep. Deze vrijheid van de stuurgroep is ook nodig om optimaal invulling te kunnen geven aan de grondgedachte van deze wijze van samenwerking zoals in de Gebiedsovereenkomst opgenomen: efficiency en slagkracht door de regie in de regio. De doelstellingen om via ‘zelfrealisatie’ en dus onder andere via verweving met het agrarisch gebruik en bedrijf belangrijke onderdelen van de natuuropgave te halen, vraagt ook om ruimte en innovatie in het formuleren van oplossingen. Hierbij is de integraliteit tussen de deelopgaven natuur inclusief water, landbouw en recreatie verankerd.
Om de zelfrealisatie te faciliteren is een ‘Instrumentenkoffer’ opgesteld. Hierin zijn regelingen en maatregelen opgenomen om een sluitend ondernemingsplan op te stellen voor natuurinclusieve landbouwbedrijven. Mede vanwege de veranderende omstandigheden in (met name) de melkveehouderij, zoals het fosfaatrechtenstelsel, de melkprijsschommelingen en een andere kijk van de banken op de toekomst van de sector, is de instrumentenkoffer geen statisch document.
Uitvoeringsresultaten in 2018
Voor 2018 zijn in de begroting de volgende doelstellingen bepaald:
- Groei van 130 ha grond die voor NNN beschikbaar is; in totaal is 99 ha gerealiseerd.
- Groei van 66 ha nieuw ingericht natuurgebied; in totaal is 227 ha gerealiseerd.
- Groei van 4 kilometer nieuwe provinciale ecologische verbindingen; in totaal is 4,9 kilometer gerealiseerd.
De verwerving valt lager uit dan eerder geraamd doordat enkele grote aankopen in de Krimpenerwaard niet voor het nieuwe jaar bij de notaris konden passeren.
De inrichting valt beduidend hoger uit dan eerder geraamd, doordat een aantal voor 2017 geraamde ha., zoals in de terugblik over 2017 al werd aangegeven, niet in dat jaar zijn gerealiseerd en nu in 2018 zijn opgeleverd.
In de volgende paragrafen worden de uitvoeringsresultaten per regio besproken.
De natuurkwaliteit van bestaande natuurgebieden (langer dan zes jaar geleden ingericht) wordt volgens een landelijke standaard vastgesteld. Dit heet de SNL-monitoring. Om in recent ingerichte natuurgebieden een indruk te krijgen van de ontwikkeling en kwaliteit van de aangelegde natuur, wordt een andere methode toegepast: de zogenaamde ‘gebiedsschouw’. Bij een gebiedsschouw wordt het gebied in de eerste jaren na inrichting bezocht door een onafhankelijk deskundige en de beheerder. Beoordeeld wordt of het gebied zich ontwikkelt conform de ambities. Indien nodig, kan op basis van de ‘gebiedsschouw’ bijgestuurd worden. Uiterlijk zes jaar na de inrichting wordt een gebied opgenomen in de reguliere SNL-monitoring.
In 2018 is in 23 gebieden een gebiedsschouw uitgevoerd (inclusief de hieronder toegelichte 15 gebieden in ‘particulier natuurbeheer’). Naast natuurgebieden zijn net als vorig jaar ook enkele recreatie- en waterbergingsgebieden bij de schouw betrokken. De hoofddoelstelling van deze gebieden is niet natuur, maar dit is wel een belangrijke nevenfunctie.
De algemene uitkomsten / aanbevelingen uit de gebiedsschouw zijn:
- In alle geschouwde gebieden is de biodiversiteit toegenomen ten opzichte van de uitgangssituatie.
- Positief is verder de actieve rol van vogelwerkgroepen, omwonenden en recreanten in de meeste gebieden.
- De Wolvenpolder – bij Spijkenisse - is door een combinatie van ondiep water en kruidenrijk grasland een aantrekkelijk broedgebied geworden voor pioniervogels, weidevogels en ook enige dagvlindersoorten. Er zijn wel wat zorgpunten over de ontwikkeling van het moeras en het waterbeheer. Verdroging is daarbij een belangrijk issue.
- Het gebied bij de Compierekade – bij Alphen aan den Rijn - bestaat zowel uit bloemrijk grasland als moeras. Naast interessante plantensoorten als gewone koekoeksbloem en wilde bertram moet de bedekking van pitrus (verruiging) wel nauwkeurig gevolgd worden.
- In Westergouwe, een recent ingericht recreatiegebied bij Gouda, zijn waterberging en ecologische verbinding twee belangrijke nevenfuncties. Het gebied heeft momenteel waarde voor zowel broedvogels als trek/wintervogels. De inrichtingsmaatregelen kunnen wat worden verbeterd. Daarnaast is het gebied nog onvoldoende aangesloten op het netwerk van ecologische verbindingen.
- In het natuurgebied Polder Middelblok in de Krimpenerwaard is een pilot gestart waarbij de teelt van cranberries gecombineerd wordt met natuurwaarden. Door het plaggen is een kruidenrijke vegetatie ontstaan en hebben zich opnieuw weidevogels gevestigd. De soorten die zich nu gevestigd hebben voldoen echter nog niet aan het beheertype vochtig hooiland en ook wijkt het beheerplan enigszins af van het inrichtingsplan.
- In het grote recreatiegebied Bentwoud zijn hoge natuurwaarden aangetroffen, zowel voor broedvogels als voor insecten. Zo kwamen maar liefst 15 soorten van de Rode Lijst tot broeden, waaronder roerdomp, kwartel en veel broedparen van veldleeuwerik, roodborsttapuit, blauwborst en spotvogel. Het gaat vooral om het open gebied. Er is ruimte voor het verder vergroten van de natuurwaarden in dit gebied.
- De ecologische verbinding in de Oostvlietpolder bij Leiden voldoet momenteel onvoldoende voor de doelsoorten waarvoor deze is aangelegd. De rietontwikkeling komt slecht op gang door afkalvende oevers door de hoge veedruk en ganzenvraat. Bovendien staat de weidevogeldoelstelling op gespannen voet met de ambitie als moerasverbinding.
- Het waterbergingsgebied Watergat-Vogelnest op Flakkee kent hoge botanische waarden, met soorten als moeraswespenorchis, zomerbitterling en geelhartje. In de winter is het gebied in trek als rust- en foerageergebied voor vogels. De beheerder van het gebied lijkt niet goed op de hoogte van deze bijzondere natuurwaarden en wellicht kan het beheer hierop nog wat beter worden afgestemd.
- De compensatiegebieden van de Rijnlandroute leveren over het algemeen een gunstig beeld op, met veel weidevogels in de Elsbroeker polder en polder Hoogeweg. Het perceel in de Papenwegse polder is vrij klein en de functie kan wellicht worden verbeterd door tegengaan van verbossing en verschralen van de vegetatie.
Naar aanleiding van enige geschouwde gebieden in eerdere jaren was de provincie benieuwd naar een breder inzicht of het particuliere natuurbeheer tot de gewenste resultaten leidt en indien dat niet het geval is, hoe dit effectief verbeterd kan worden. Particulier natuurbeheer wil zeggen dat de eigenaar zelf landbouwgrond gesubsidieerd omvormt in natuur. Hiertoe zijn 15 gebieden, verspreid over de provincie geschouwd.
- Een goed punt was dat veruit de meeste gebieden goed zijn verbonden met andere natuurgebieden. In vrijwel alle gebieden met kruiden- en faunarijk grasland wordt geen bemesting toegepast. In vrijwel alle gebieden met een weidevogeldoelstelling is geprobeerd om de waterstand te verhogen. In alle gebieden is een verschil gesignaleerd met naastgelegen regulier beheerde graslanden, de natuurwaarde verschilde wel sterk per gebied.
- Een minder punt was dat de verschraling van de meeste graslanden langzaam verloopt waardoor de botanische kwaliteit meestal nog beperkt is. De meeste beheerders hebben onvoldoende kennis om dit te kunnen signaleren en de kwaliteit te kunnen verhogen. Er wordt bijvoorbeeld nergens gefaseerd gemaaid en in sommige gebieden is riet erg dominant.
- Een algemene maatregel van verbetering is om deze kennisleemten verder in beeld te brengen en aansluiting te zoeken bij de collectieven. Er wordt overwogen om tijdelijk een coördinator aan te stellen die hierin kan voorzien en die de banden tussen de particulieren en hun kennisbehoefte en de collectieven kan helpen te versterken.